En Hij zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken.
Bron: Het Evangelie van Matthèüs 4:19
Hervormde Gemeente
Rouveen
U bevindt zich hier: Home > Wie zijn wij > Geschiedenis
Geschiedenis

Slagen

De historie van dit gebied begint naar alle waarschijnlijkheid in de 11e en 12e eeuw. Door de uitbreiding van het Flevomeer tot Zuiderzee in 1170 zijn er meer mensen gaan wonen op de hoogten langs de Zuiderzee en Reest. Vanouds is het dorp Rouveen verdeeld geweest in een aantal slagen als: Zuideindiger of Westerslag, het Munnikenslag, het Bisschopslag en het Oosterslag. Het gaat hier voornamelijk om het Munnikenslag, omdat in dit slag in de loop der eeuwen de kerk heeft gestaan. De grond in dit gebied wordt dor de bisschoppen van Utrecht in tins (belasting) uitgegeven.

Ontginning

De ontginning komt vanuit de horsten (hoogten) al vroeg op gang. Het gebied krijgt echter een enorme inpuls als in 1233 het klooster Mariënberg, ook wel genoemd tot Zwartewaterklooster, wordt gesticht. In de naam van de buurtschap Zwartewaterklooster in de gemeente Zwartsluis leeft de herinnering aan dit klooster nog voort. Het klooster wordt gesticht als boetedoening voor de in de slag bij Ane in 1227 omgekomen bisschop Otto II van der Lippe Onder Bisschop Willebrand van Oldenburg komt er een nonnenklooster van de orde der Benendictijnen, waarin 25 prebenden (bevoorrechten, merendeels adellijke nonnen) worden opgenomen. De grond voor dit klooster wordt geschonken door Rodolf Letman van Korten. De omwonenden schonken 14 hoeven met wateren, beemden enz. Hieruit blijkt heel duidelijk dat het veen toen al bevolkt was. Hier ontstaat het Munnikenslag, ook wel geschreven als Munniekenslag.

Klooster

Het klooster, bij oorkonde van 21 juli 1233 gesticht, was een zeer rijk klooster, ondermeer door de vele schenkingen en aankopen hier en elders. De geschiedenis van het dorp Rouveen is dan ook ten nauwste verbonden met die van het Zwartewaterklooster. De invloed van dit klooster is zeer groot geweest. De parochies Rouveen, Ijhorst en Avereerst zijn door het Zwartewaterklooster gesticht. Zelfs na de Hervorming in 1619 verleende de laatste priorin de collatie aan een nieuw beroepen predikant. In 1241 krijgen de bewoners van 12 hoeven bevoegdheid van bisschop Otto III, doop, begrafenis en overige kerkelijke gerechtigheden in dit klooster te ontvangen. De pastoor van Hasselt was het hier niet mee eens. Voordien was men namelijk op Hasselt aangewezen, hij voelde zich in zijn rechten tekort gedaan. De bisschop maakt hem evenwel duidelijk dat het hier om mensen gaat die tot het klooster in dienstverband stonden.

Schuiven

In 1282 komt er een weg van het ene eind van het veen tot het andere eind. Omstreeks 1565 is deze weg nog intact, staan er zelfs nog enkele huizen aan. De vervening / ontginning is dan schijnbaar al een heel eind voortgeschreden. In datzelfde jaar, 24 mei 1282, geeft bisschop Johan van Nassau toestemming tot het bouwen van een kerkje in Ruenvhene. De kerk wordt gesticht voor de kloosterkooi aan Scholenland, in het land van wijlen Jan Buiter. Aan wie de kerk is gewijd weten wij niet. Naar alle waarschijnlijkheid aan Sint Nicolaas als beschermheilige van vissers en ontginners.

Rouveen is evenals Staphorst een verschoven wegdorp. Om velerlei redenen volgde de bewoning de ontginning, men had immers recht van opstrek in de wildernis. Het dorp heeft zich in de loop der eeuwen twee keer verplaatst. In de periode 1400 – 1435 wordt de kerk van de Hooidijk verplaatst naar het Olde Pad (voorlaatste plaatsing van Rouveen). Het is heden ten dage nog te zien aan een heuveltje met dikke veldkeien aan Scholenland, achter de Schipgravenweg. De reformatie heeft plaatsgevonden in de kerk aan het Olde Pad. Als er in 1635 twist is over de grensscheiding in het mosveen tussen Rouveen en Staphorst, maakt Gysbert Sasse een kaart. Wij zien dat de huizen dan al staan aan de huidige dijk (Oude Rijksweg).

De kerk

In 1641 wordt de huidige Nederlandse Hervormde Kerk te Rouveen gebouwd. Aan de steunberen van deze kerk bevinden zich nog zogenaamde kloostermoppen, ook wel papesteen genoemd. Wie de architect is geweest is onbekend. De kerk is een rechtoekige zaalkerk met een vrij rijzige toren. Kerk en toren zijn geheel van baksteen en vertonen de vromen van een 17de eeuwse Gotiek. De kerk behoort aan de Nederlands Hervormde Gemeente te Rouveen, de toren aan de burgerlijke gemeente Staphorst. De kerk ligt in dezelfde lijn als de kavels, die ongeveer n.w. lopen. Het is een echter preekkerk met veel ruimte voor de gemeente met maar een kort koor of eigenlijk helemaal niet.

Vanaf 1642 – 1830 heeft men zijn doden in deze kerk begraven. Eind 19e eeuw heeft men de gotische spitsbogen eruit gehaald en vervangen door de huidige houten zoldering. Dat het dak verlaagd is, is aan de buitenkant te zien. Omstreeks 1960 is de kerk van binnen geheel gerestaureerd en gemoderniseerd. Van het oude is niets overgebleven. Aan de moderne kansel bevindt zich nog de oude geelkoperen lezenaar met plantaardig ornament (17e eeuws). In de kerk hangen tevens nog drie geelkoperen kaarsenkronen, 18de eeuws).Aan de voor muur van de kerktoren met het tentdak bevindt zich een koperen plaat, een herinnering aan de watersnood van 1825. De gleuf geeft de hoogte aan tot hoever het zeewater heeft gestaan. In de toren hangen twee klokken (vernieuwd na de tweede wereldoorlog, doordat de vorige door de Duiters waren geroofd).

Nog even terug

Wij gaan nog even terug naar het Zwartewaterklooster. Het is daar niet altijd voor de wind gegaan. De bijenkorf der ziele ontaarde in een eksternest der ziele. Een deel van de nonnen trekt er uit en sticht in Hattem het klooster Klaatwater, het is omstreeks 1414 – 1415. Ook de pest die er heerste heeft in 1351 flink huisgehouden. Er was grote sterfte onder de bewoners van het klooster en uiteraard onder de bewoners van het veen. Er ontstaat gebrek, verval van het gebouw, enz. al komt de bisschop van Utrecht wel te hulp.

De reformatie komt op het Overijsselse platteland laat op gang. De meer Saksische volksaard zal hier niet vreemd aan zijn. Overigens moeten we goed beseffen dat de arme veenluiden zich over dit soort zaken weinig of niet bekommerden. Wie had in die tijd onderwijs genoten? In 1580 heeft ontruiming van het  klooster plaats. Er waren nog 13 juffers aanwezig. Het klooster wordt door de omwonenden gesloopt. De kloosterlingen gaan evenals die van Dikninge bij De Wijk allen naar Hasselt. Omstreeks 1598 komt de Hervorming in deze streken gedwongen op gang. In oktober 1980 telde de Nederlands Hervormde Gemeente van Rouveen 1625 zielen. Met 1625 zielen maakt Hervormd Rouveen plm. 50% van kerkelijk Rouveen uit.